ZONDE

Home >> ZONDE
Niet zo lang geleden was ik in de Haagse binnenstad. Ik hou niet van winkelen in drukke winkelstraten, maar soms lijkt het onvermijdelijk, vat ik moed en stort ik mij in het gewoel van de Spuistraat.
Daar werd ik links ingehaald door een overduidelijk gehaaste moeder die een meisje van een jaar of zes achter zich aansleepte. Het arme kind had duidelijk moeite haar moeder bij te houden en dribbelholde door een woud van benen en billen.
- Mam, is het nou klaar, mam, ik ben moe. Mamma!
- Hou nou toch eens op. Oh, wat ben je vervelend. Als je zo doorgaat, gaan we straks ook niet naar de film.
Het kind begon te huilen. Kennelijk was haar, als genoegdoening voor al dit winkelleed, een uitstapje naar de bioscoop in het vooruitzicht gesteld dat moeder haar nu dreigde te ontnemen. Logisch dat het kind daar verdrietig van werd.
Ze liepen nu zo ver voor me dat ik niet meer kon verstaan wat de moeder tegen haar kind zei; wel kon ik aan haar lichaamshouding zien dat het gehuil haar irritatie alleen maar verhoogde.
In haar stress, hoe menselijk ook, maakte de boze moeder wel twee fouten tegelijk, fouten die mij altijd wanneer ik er getuige van ben, in mijn maag raken.
In de eerste plaats zei ze tegen haar kind dat het vervelend was. Het kan niet waar zijn. Natuurlijk kan het voorkomen dat een kind gedrag vertoont dat wij als ouders of begeleiders vervelend vinden, omdat het niet uitkomt, omdat we ons schamen, omdat we moe zijn en geen zin hebben in herrie of conflicten of gezeur. Misschien kun je dan toch maar beter even de moeite nemen om te zeggen dat jij vindt dat het kind op dat moment vervelend doet
Een kind dat met enige regelmaat te horen krijgt dat het vervelend is, zal gaan geloven dat het vervelend is. Dit kan het nare gevolg hebben dat het vaker vervelend gaat doen, omdat het dat “nou eenmaal is”.
Het is maar een woordje, maar de taal is machtiger dan we geneigd zijn te denken en zo kunnen een aantal onbedoelde opmerkingen een probleem scheppen in de omgang met je kind of leerling.
De tweede misser van deze moeder in de Spuistraat was het dreigement: “Als je …. , dan …”. Als deze moeder meent dat ze gemaakte afspraken kan intrekken en veranderen als de omstandigheden daar aanleiding toe geven, is het niet denkbeeldig dat haar kind dit “goede voorbeeld” binnenkort gaat navolgen.
Terwijl ik dit liep te overdenken in die nog steeds overvolle Spuistraat, zag ik een vader met een peuter op de arm. Hij stond te praten met een man van ongeveer zijn leeftijd. De peuter tikte zijn pa een aantal keren goedmoedig op de wang met een mollig peuterhandje. Tot de vader dit zat was en de peuter een tik in het gezicht gaf, met de tekst:
- Je mag niet slaan, dat weet je toch?
Als wij verwachten dat onze kinderen dit begrijpen, verwachten we echt te veel van hen.
Kinderen, en mensen in het algemeen, leren door imitatie, door het nadoen van gezaghebbende voorbeelden. Het aloude gezegde Goed voorbeeld, doet goed volgen, is en blijft van een niet te onderschatten kracht.

Reactie toevoegen