BOOS ZIJN, MAG DAT?

Home >> BOOS ZIJN, MAG DAT?
Victor is meestal een vrij rustig en opgewekt ventje, maar als hij slecht geslapen heeft, schiet hij weleens uit zijn slof.
Vandaag bijvoorbeeld.
Hij was moe, dus hij had zich met zijn blokkenverzameling teruggetrokken in zijn speelhoekje. Er was een indrukwekkend bouwwerk ontstaan van losse blokken, maar toen hij een van de laatste blokken op de toren wilde zetten, tikte hij met zijn arm tegen een muur en stortte het gebouw in.
Victor tierde erop los, schopte tegen de resten van het gebouw en tegen de tafelpoot en gooide een paar blokken door de kamer.
Myriam hoorde het vanuit haar werkkamer aan, maar stond pas op toen ze glas hoorde rinkelen.
Een van de rondvliegende blokken had een glas geraakt dat op de salontafel stond en dit brak toen het viel.
Victor is vijf, of net zes. Zijn moeder kan nu op allerlei manieren reageren. We bekijken er een paar.
Een:
Myriam loopt de kamer in, ziet het gebroken glas, een mooi dierbaar glas, ze loopt naar de scherven en zegt ondertussen op verhitte toon tegen Victor:
Wat is dat nu? Zie je wat je nu gedaan hebt? Je weet toch dat je niet met je blokken mag gooien? Hoe vaak moet ik het nog zeggen? Nu is het glas kapot en moet mamma de scherven gaan opruimen. Ga je blokken in de kist doen. En denk erom hoor: nooit meer gooien, niet zo boos doen.
Victor begint zijn blokken in de kist te smijten. Hij blijft boos, protesteert, en als er eindelijk opgeruimd is, wordt hij hangerig en zeurderig en klaagt over buikpijn.
Myriam reageert met boosheid op zijn boosheid, dat is verwarrend, zijn gevoelens zijn niet erkend in deze reactie van zijn moeder, en bovendien ontstaat er een schuldgevoel, want mamma moet nu scherven gaan opruimen, wat ze duidelijk niet leuk vindt en dat is zijn schuld. Hij is de kluts kwijt
 
Twee:
Myriam loopt recht op Victor af, zakt door haar knieën, pakt hem – voorzichtig – bij zijn schouders en zegt:
Wat is er gebeurd, Victor?
Nou, ik had pappa’s kantoor gebouwd en toen vielen al die stomme blokken om en was alles helemaal kapot en weg!
Maar je weet toch dat je niet mag gooien met de blokken? Dat er dan dingen kapot kunnen gaan? Dat zie je maar weer. Nu is het glas kapot.
Ja maar, het was hartstikke mooi geworden, en alles is kapot. Dat is niet eerlijk.
Dan ga je morgen weer een nieuw kantoor bouwen toch? Kom, we gaan opruimen.
Ook nu smijt Victor de blokken in de doos, want zijn boosheid is niet weg, want zijn gevoel is niet erkend door zijn moeder. Maar uiteindelijk heeft hij zijn boosheid weggesmeten en vindt hij rust in een boekje.
 
Drie:
Myriam hurkt bij Victor neer, aait hem over zijn rug en zegt:
Oei, dat ziet er niet goed uit.
Nee, zegt Victor, ik had hartstikke mooi pappa’s kantoor gebouwd en nou is het kapot en kan ik het niet aan pappa laten zien als hij thuiskomt.
Dat is inderdaad niet leuk, zeg. Ik snap dat je dat vervelend vindt. Je was er vast heel trots op. En ik heb het ook niet gezien, dat vind ik jammer. Ik had jouw kantoor ook graag willen zien.
Ja.
Ik snap dat je daar boos om wordt, jongen. Ik wil alleen dat je een beetje anders doet als je boos bent. Je kan bijvoorbeeld een keer lekker zo – ze doet het voor – met je voet stampen en zeggen dat je het vervelend vindt,en waarom je het vervelend vindt. Dat helpt ook hoor. Als je gaat gooien, kunnen er dingen kapot gaan en dat vind ik vervelend, snap je?
Ja.
En zullen we dan nu eens gaan bedenken of we dit kunnen oplossen?
Aan het eind van deze sessie begint Victor opnieuw te bouwen, een nieuw kantoor, omdat hij het zo graag aan zijn vader, en moeder, wil laten zien. 
Het was even zoeken voor Myriam om de juiste toon en aanpak te vinden in contact met haar zoon Victor, maar nu denkt ze hem gevonden te hebben.
 
Onze kinderen zijn mensenkinderen en niet menselijks is hen vreemd. Ze hebben ook hun emoties en gevoelens. Wanneer het positieve emoties en positief gevoel betreft, hebben we daar in het geheel geen moeite mee. Integendeel. We vinden het heerlijk als onze kinderen blij en vrolijk en enthousiast door het leven gaan. We hebben vaak wel moeite met hun boosheid en hun angst. En als we daarop niet goed reageren, kan dat bijvoorbeeld leiden tot onderdrukking en ontkenning van hun emoties, maar emoties laten zich niet ontkennen, want die hébben we eenvoudigweg allemaal. Het kan er ook toe leiden dat het kind de emotie niet kwijtraakt en deze daardoor een veel grotere rol gaat spelen in zijn leven dan nodig is.
Het is een van onze taken als ouders/verzorgers/begeleiders om onze kinderen ook te leren omgaan met boosheid en angst.
Het worden de negatieve emoties genoemd, maar deze negatieve emoties doen heel goed werk, zijn heel belangrijk voor ons. Als we op een balkon staan, is het de angst die ervoor zorgt dat we niet gaan proberen te vliegen, hoe leuk dat ook is; het is de boosheid die ons in staat stelt in te grijpen wanneer wij onrecht zien en voelen. Om maar een paar voorbeeldjes te noemen. Dus geef ze de ruimte, de angst en de boosheid, niet te veel en niet te weinig.
Dat is de kunst.

Reactie toevoegen